Nieuwsbrief juni 2016

1. Belangrijke wijzigingen per 1 juli

Ondernemen is vooruitdenken. Daarom houden wij u graag op de hoogte van belangrijke wijzigingen. Wat is er zoal op komst per 1 juli 2016 en waar moet u nu nog rekening mee houden? U leest het hieronder. We beginnen met de actiepunten die nog vóór of uiterlijk op 1 juli moeten worden uitgevoerd.

Betaal stakingslijfrente op tijd
Bent u in 2015 (gedeeltelijk) gestopt met uw onderneming en maakt u gebruik van de mogelijkheid om uw stakingswinst (deels) om te zetten in een lijfrente? De premie voor deze stakingslijfrente is onder voorwaarden aftrekbaar, maar dan moet u deze wel vóór 1 juli 2016 hebben betaald.

ANBI? Publiceer uw jaarcijfers
Is uw instelling aangemerkt als Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI), publiceer dan uiterlijk op 1 juli 2016 de jaarcijfers over 2015. Dat mag op de eigen website of op een gemeenschappelijke internetsite van bijvoorbeeld de brancheorganisatie. Zo voorkomt u dat de Belastingdienst de instelling niet meer als ANBI aanwijst of de ANBI-status met terugwerkende kracht intrekt.

Deadline wettelijke vakantiedagen
Heeft uw personeel nog wettelijke vakantiedagen staan van 2015, zorg dan dat zij deze opnemen vóór 1 juli 2016. De niet opgenomen dagen komen anders definitief te vervallen, tenzij er een uitzondering geldt.

Verhoging minimumloon
Per 1 juli gaat het wettelijk minimumloon weer iets omhoog. Houd rekening met de nieuwe bedragen en zorg ook dat het juiste wettelijk minimumloon op de loonstrook staat vermeld.

Wijziging betaling motorrijtuigenbelasting
Vanaf 1 juli 2016 is het niet meer mogelijk om de motorrijtuigenbelasting voor uw auto voor een heel jaar in één keer vooruit te betalen. Betaling kan voortaan alleen per maand of per drie maanden.

Aangifte omzetbelasting tweede kwartaal
Doet u btw-aangifte per kwartaal, dan is het weer bijna aangiftetijd. De btw-aangifte over het tweede kwartaal (april t/m juni 2016) moet bij de Belastingdienst binnen zijn uiterlijk 31 juli 2016. Dat geldt ook voor de betaling. U vindt de uiterste inlever- en betaaldatums op de aangiftebrief die u in maart hebt ontvangen van de Belastingdienst.

Aanpassing ketenbepaling
Per 1 juli 2016 is een aanpassing te verwachten van de ketenbepaling voor seizoensarbeid. Per cao kan de tussenpoos van zes maanden worden teruggebracht naar drie maanden. Er kan dan sneller een nieuw tijdelijk contract worden aangegaan met een werknemer met een seizoensgebonden functie, zonder dat sprake is van opeenvolgende contracten.

Meer wijzigingen
Het bovenstaande is slechts een greep uit aankomende wijzigingen en uit wat u nog uiterlijk 30 juni aanstaande moet doen. Wilt u meer weten over de veranderingen per 1 juli 2016 neem dan contact met ons op.


2. Wet DBA: correctie met terugwerkende kracht

Per 1 mei 2016 is de VAR vervallen. Vanaf dat moment kunt u alleen nog zekerheid over de loonheffingen krijgen als u werkt met door de Belastingdienst goedgekeurde modelovereenkomsten. In de periode van 1 mei 2016 tot 1 mei 2017 krijgt u de tijd om een modelovereenkomst af te sluiten en de voorwaarden en omstandigheden eventueel aan te passen.

Wordt vanaf 1 mei 2017 dan toch een dienstbetrekking geconstateerd, dan zal de Belastingdienst corrigeren. Als deze dienstbetrekking in de periode van 1 mei 2016 tot 1 mei 2017 ook al bestond, zal de Belastingdienst in deze periode niet met terugwerkende kracht corrigeren, tenzij zich één van de drie uitzonderingssituaties voordoet. Dit schrijft de staatssecretaris in antwoord op Kamervragen.

Drie situaties
De staatssecretaris beschrijft de drie uitzonderingssituaties niet in zijn antwoord, maar verwijst daarvoor naar zijn eerder gepubliceerd transitieplan. Daaruit blijkt dat het gaat om de volgende drie situaties.

  1. Voor 1 mei 2016 beschikte de opdrachtnemer over een VAR-wuo of VAR-dga op basis waarvan de opdrachtgever vrijwaring had voor de loonheffingen, terwijl er feitelijk sprake was van een (fictieve) dienstbetrekking. De opdrachtgever en opdrachtnemer ondernemen in de periode 1 mei 2016 tot 1 mei 2017 geen enkele activiteit en doen geen enkele inspanning om de arbeidsrelatie zodanig vorm te geven dat er buiten dienstbetrekking wordt gewerkt. Zij kunnen niet aannemelijk maken dat zij met elkaar in onderhandeling waren over aanpassingen in hun overeenkomst of werkwijze teneinde buiten dienstbetrekking te werken. Zij maakten ook geen gebruik van een door de Belastingdienst beoordeelde (model- of voorbeeld-)overeenkomst of hebben een daarmee overeenkomende overeenkomst afgesloten. De opdrachtgever en opdrachtnemer kiezen er tegelijkertijd niet voor om loonheffingen af te dragen of te voldoen.
  2. De Belastingdienst heeft in de periode vóór 1 mei 2016 al schriftelijk kenbaar gemaakt dat de bij onderzoek aangetroffen arbeidsrelaties te duiden zijn als een (fictieve) dienstbetrekking. Dat er geen gevolg aan die conclusie kon worden verbonden, lag aan de vrijwarende werking van de VAR. De Belastingdienst stelt na 1 mei 2016 vast dat de feiten en omstandigheden niet afwijken van die waarover eerder schriftelijk kenbaar is gemaakt dat er sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking en dat er geen loonheffingen worden afgedragen of voldaan. Tegelijkertijd kunnen opdrachtgever en opdrachtnemer niet aannemelijk maken dat zij inspanningen hebben verricht om hun werkwijze te veranderen zodat er buiten dienstbetrekking wordt gewerkt.
  3. Er is sprake van grove schuld of opzet die door de Belastingdienst moet worden gesteld en bewezen.

Let op!
Doet één van de hiervoor beschreven situaties zich voor dan zal de Belastingdienst met terugwerkende kracht vanaf 1 mei 2016 corrigeren. In alle overige situaties zal de Belastingdienst pas corrigeren vanaf 1 mei 2017, aldus de staatssecretaris in zijn antwoord op Kamervragen.


3. Mag de opdrachtgever loonheffingen en premies op de opdrachtnemer verhalen?

Nu de VAR is vervallen, willen opdrachtgever en opdrachtnemer een modelovereenkomst afsluiten. Mag de opdrachtgever in deze modelovereenkomst een bepaling opnemen waardoor hij eventuele loonheffingen en premies op de opdrachtnemer kan verhalen?

Het betreft hier de situatie waarin de Belastingdienst alsnog tot de conclusie komt dat de opdrachtnemer in dienstbetrekking is van zijn opdrachtgever. In dat geval kan de Belastingdienst loonbelasting, premies volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen en zorgverzekeringswet bij de opdrachtgever naheffen. De opdrachtgever kan deze naheffing mogelijk deels bij de opdrachtnemer verhalen. Dat is onder meer afhankelijk van de afspraken die partijen daarover gemaakt hebben. Bepaalde premies mogen echter nooit op de opdrachtnemer verhaald worden.

Loonbelasting en premies volksverzekeringen
Nageheven loonbelasting en premies volksverzekeringen kan de opdrachtgever op de opdrachtnemer verhalen. Dit is op zich niet vreemd, omdat de loonbelasting en premies volksverzekeringen altijd door de werknemer gedragen worden.

Tip:
Over de inkomsten die de opdrachtnemer verwerft bij uw opdrachtgever betaalt de opdrachtnemer inkomstenbelasting. De door de opdrachtgever verhaalde loonbelasting en premies volksverzekeringen kan de opdrachtnemer met deze inkomstenbelasting verrekenen. Per saldo betaalt de opdrachtnemer dan minder inkomstenbelasting (of krijgt zelfs inkomstenbelasting terug), één en ander afhankelijk van de persoonlijke situatie.

Premies werknemersverzekeringen en zorgverzekeringswet
De opdrachtgever mag premies werknemersverzekeringen en zorgverzekeringswet echter nooit op de opdrachtnemer verhalen. Elke afspraak in een overeenkomst die anders luidt, is niet geldig. Verhaalt de opdrachtgever toch deze premies op de opdrachtnemer dan levert dit een overtreding op die bestraft kan worden met een hechtenis van ten hoogste een maand of een geldboete van de tweede categorie.

Tip:
Tot 1 mei 2017 geldt nog een overgangsperiode. Zolang partijen laten zien dat ze bezig zijn met de modelovereenkomsten zal de Belastingdienst in deze periode alleen in uitzonderingssituaties een correctie opleggen.


4. Geld besparen met speciale regeling voor vakantiekrachten

Nog even en het is weer vakantie. Duizenden studenten en scholieren staan in de startblokken voor een tijdelijk vakantiebaantje. Werkt uw bedrijf met vakantiekrachten? Maak dan gebruik van de zogeheten studenten- en scholierenregeling. Deze kan voor beide partijen namelijk voordelig uitpakken.

Studenten- en scholierenregeling
Als u de studenten- en scholierenregeling toepast, mag u bij het berekenen van de loonheffing gebruik maken van het kalenderkwartaal. Deze langere periode betekent in de praktijk dat u vaak minder of helemaal geen loonheffing hoeft in te houden. De student of scholier houdt daardoor netto meer van zijn loon over. Bovendien krijgt hij dit voordeel direct uitgekeerd bij de uitbetaling van zijn loon en niet als hij pas na afloop van het jaar aangifte doet. Dat scheelt hem dus ook veel extra werk.

Welke voorwaarden gelden er?
De regeling geldt alleen voor de navolgende scholieren en studenten:

  • scholieren voor wie bij het begin van het kalenderkwartaal recht bestaat op kinderbijslag,
  • studenten en scholieren die bij het begin van een kalenderkwartaal recht hebben op een gift of prestatiebeurs volgens de Wet studiefinanciering 2000 of de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek,
  • studenten en scholieren die bij het begin van het kalenderkwartaal recht hebben op een tegemoetkoming in de studiekosten volgens de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten,
  • buitenlandse studenten en scholieren uit een ander land van de Europese Unie, IJsland, Noorwegen, Zwitserland of Liechtenstein die beschikken over een International Student Identity Card (ISIC).

Tip:
De studenten moeten u verzoeken de regeling toe te passen. Wijs hen erop als ze er niet van op de hoogte zijn. Ze moeten een formulier invullen dat ze kunnen downloaden vanaf de site van de Belastingdienst (www.belastingdienst.nl). Wanneer ze zoeken op ‘studenten en scholierenregeling’ is het formulier snel gevonden. U bewaart dit formulier bij de loonadministratie. Buitenlandse studenten moeten u ook een kopie van hun ISIC verstrekken. Ook deze kopie bewaart u bij de loonadministratie.

Werknemersverzekeringen
Scholieren en studenten zijn natuurlijk gewoon verzekerd voor de werknemersverzekeringen. Met de regeling dient u voor de berekening van de premies uit te gaan van een kwartaal en het kwartaalmaximum.

Let op!
Voor sommige sectoren geldt dat u mag uitgaan van de verlaagde premie. Het moet dan gaan om een arbeidsovereenkomst van maximaal acht aaneengesloten weken. De verlaagde premie geldt alleen voor de sectoren agrarisch bedrijf, bouwbedrijf, culturele instellingen, horeca algemeen en schildersbedrijf. Omdat deze premies voor uw rekening komen, levert dit u een voordeel op.


5. Vermogensrendementsheffing blijft overeind

De vermogensrendementsheffing in box 3 is niet in strijd met het Europese eigendomsrecht. Tot dat oordeel is de Hoge Raad recent gekomen. Het betrof een zaak over 2011 over een tweede woning in Nederland van een naar Noorwegen verhuisde man. Daarmee lijkt de kous af voor de jaren 2010 en 2011, maar of box 3 met deze uitspraak helemaal uit de gevarenzone is, valt nog te bezien. Er is al geruime tijd discussie over de box 3-heffing op spaargeld en ander vermogen, met name vanwege het veronderstelde rendement van 4% waarmee wordt gerekend. Dit terwijl spaarrekeningen al jaren aanzienlijk minder opleveren. Met de uitspraak van de Hoge Raad lijkt box 3 voor 2011 overeind te blijven. Dit was al het geval voor het jaar 2010. Of dit echter ook voor de jaren vanaf 2012 geldt, blijft de vraag. De Hoge Raad geeft namelijk ook nog iets anders aan: als voor particuliere beleggers het veronderstelde rendement van 4% over een lange reeks van jaren niet meer haalbaar is en zij worden geconfronteerd met een buitensporig zware last, mag van de wetgever worden verlangd dat hij de regeling aanpast. De zaak voor de Hoge Raad betreft een individuele zaak en ziet dus niet op de zogenoemde massaalbezwaarprocedure over de vraag of de Belastingdienst mag uitgaan van een verondersteld rendement van 4% over spaartegoeden. Hierin is nog geen uitspraak gedaan. Vanaf 2017 krijgt box 3 een nieuw uiterlijk met een vermogensmix en drie schijven met ieder een eigen forfaitair rendementspercentage. Op termijn wil het kabinet box 3 beter laten aansluiten bij de werkelijke rendementen die mensen behalen.


6. Belastingvrij schenken woning in 2017 € 100.000

Vanaf volgend jaar wordt de vrijstelling in de schenkbelasting ten aanzien van de eigen woning verruimd. De verruiming betreft schenkingen die bestemd zijn om te worden aangewend voor de aankoop of verbouwing van een woning, of die bedoeld zijn om een bestaande hypotheek mee af te lossen. De vrijstelling gaat € 100.000 bedragen en wordt vanaf 2017 structureel. Bovendien kan de vrijstelling in drie opeenvolgende jaren worden benut. Daarnaast vervalt de eis dat het een schenking moet zijn tussen ouder en kind. Is in het verleden al gebruik gemaakt van de verhoogde vrijstelling voor een schenking ten behoeve van de eigen woning, dan mag nog voor het resterende deel belastingvrij worden geschonken. Er blijft wel vereist dat de ontvangende partij tussen de 18 en 40 jaar oud moet zijn. Overweegt u een belastingvrije schenking ten behoeve van een eigen woning, neemt u dan contact op met uw adviseur.

15-06-2016 | 09:49 | KSG
Deel via:

Blijf op de hoogte, geef je op voor onze maandelijkse nieuwsbrief


Of volg ons via LinkedIn/Twitter

  

Zoeken in nieuwsbank