SRA | 13-06-2016 | Leestijd:

De vermogensrendementsheffing in box 3 is niet in strijd met het Europese eigendomsrecht. Tot dat oordeel is de Hoge Raad afgelopen vrijdag 10 juni 2016 gekomen. Het betrof een zaak over 2011 over een tweede woning in Nederland van een naar Noorwegen verhuisde man. Daarmee lijkt de kous af voor de jaren 2010 en 2011, maar of box 3 met deze uitspraak helemaal uit de gevarenzone is, valt nog te bezien.

Discussie

Er is al geruime tijd discussie over de box 3-heffing op spaargeld en ander vermogen, met name vanwege het veronderstelde rendement van 4% waarmee wordt gerekend. Dat terwijl spaarrekeningen al jaren aanzienlijk minder opleveren. Met de uitspraak van de Hoge Raad lijkt box 3 voor 2011 overeind te blijven. Dit was al het geval voor het jaar 2010.

Volgens de Hoge Raad is de vermogensrendementsheffing in box 3 niet in strijd met het Europese eigendomsrecht. Of dit echter ook voor de jaren vanaf 2012 geldt, blijft de vraag. De Hoge Raad geeft namelijk ook nog iets anders aan: als voor particuliere beleggers het veronderstelde rendement van 4% over een lange reeks van jaren niet meer haalbaar is en zij worden geconfronteerd met een buitensporig zware last, mag van de wetgever worden verlangd dat hij de regeling aanpast.

Let op! De zaak voor de Hoge Raad betreft een individuele zaak en ziet dus niet op de zogenoemde massaalbezwaarprocedure over de vraag of de Belastingdienst mag uitgaan van een verondersteld rendement van 4% over spaartegoeden. Hierin is nog geen uitspraak gedaan.

Nieuw stelsel

Vanaf 2017 krijgt box 3 een nieuw uiterlijk met een vermogensmix en drie schijven met ieder een eigen forfaitair rendementspercentage. Op termijn wil het kabinet box 3 beter laten aansluiten bij de werkelijke rendementen die mensen halen.

hoge raad box zaak europese uitspraak rendement vermogensrendementsheffing overeind eigendomsrecht

Weten wat wij voor u kunnen betekenen?

KSG, Accountants & Belastingadviseurs