SRA | 28-07-2011 | Leestijd:

Een vordering van een aanmerkelijk belanghouder op zijn BV valt onder de terbeschikkingstellingsregeling van box 1. Ook een vordering op de onderneming van bepaalde familieleden of op een BV waarin een tot die groep behorend familielid een aanmerkelijk belang heeft kan onder de terbeschikkingstellingsregeling vallen. Daartoe is vereist dat het gaat om een ongebruikelijke terbeschikkingstelling. Een borgstelling voor de zakelijke schulden van ondernemingen van familieleden is op zichzelf niet ongebruikelijk, maar kan dit wel zijn bijvoorbeeld door de omvang van de borgstelling.

 

In een procedure voor Hof Den Haag was inzet van het geschil de afwaardering van een regresvordering die iemand had op de BV van zijn schoonzoon. De regresvordering was ontstaan doordat de bank de borg had aangesproken. Het hof vond aannemelijk dat de borgstelling voor de BV van de schoonzoon ongebruikelijk was voor zover deze meer bedroeg dan € 250.000. De totale borgstelling en de daaruit voortvloeiende regresvordering bedroegen € 612.603. De afwaardering van de regresvordering als gevolg van het faillissement van de BV van de schoonzoon kwam ten laste van het inkomen uit werk en woning van de borgsteller voor het verschil tussen € 612.603 en € 250.000.

bv hoge terbeschikkingstelling aanmerkelijk terbeschikkingstellingsregeling vordering borgstelling regresvordering ongebruikelijke schoonzoon

Weten wat wij voor u kunnen betekenen?

KSG, Accountants & Belastingadviseurs