Concurrentiebeding in maatschapsovereenkomst

In arbeidsovereenkomsten is het niet ongebruikelijk om, ter bescherming van de belangen van de werkgever, een concurrentie- en/of relatiebeding op te nemen. Een concurrentiebeding verbiedt de werknemer om gedurende een zekere periode na beëindiging van de dienstbetrekking bij een concurrent van de werkgever in dienst te treden of als zelfstandige de werkgever te beconcurreren. Een relatiebeding verbiedt de werknemer om na beëindiging van de dienstbetrekking zaken te doen met relaties van de werkgever. Concurrentie- en relatiebedingen komen niet alleen in arbeidsovereenkomsten maar ook in samenwerkingsovereenkomsten als maatschapovereenkomsten voor.

 

Een maatschap van medisch specialisten werd per 1 november 2010 uitgebreid met een nieuwe specialist. De eerste zeven maanden golden als een kennismakingsperiode, waarbinnen de maatschap met een opzegtermijn van een maand kon worden beëindigd. Wanneer de maatschap tijdens de kennismakingsperiode zou worden opgezegd, zou de oude maatschap de bestaande praktijk voortzetten. Voor de nieuwe specialist gold in dat geval een verbod om zich binnen een periode van vijf jaar als specialist te vestigen binnen 15 kilometer van het ziekenhuis waar de maatschap zijn praktijk uitoefende. De nieuwe specialist maakte gebruik van de opzegmogelijkheid en wilde ontheffing van het concurrentiebeding om in een ziekenhuis in de omgeving te gaan werken. De maatschap stemde daar niet mee in, waarna een kort geding volgde.

 

De rechter oordeelde dat de specialisten, als hoog opgeleiden, het concurrentiebeding bewust waren overeengekomen. Partijen zijn aan een onderlinge overeenkomst gebonden, tenzij de overeenkomst of een daarin opgenomen beding onredelijk of onbillijk is. Dat was hier niet het geval. De overeenkomst was recent gesloten en uit de tekst volgde dat het beding uitdrukkelijk gold indien tijdens de kennismakingsperiode de overeenkomst werd opgezegd. De maatschap had concrete belangen om haar positie te beschermen. Er stond niet ter discussie dat het moeilijk was om een goede specialist te vinden die de leemte zou kunnen opvullen. De rechter wees het beroep op het belang van de gezondheidszorg in de regio van de vertrekkende specialist af, omdat partijen zelf dit belang niet dienden door enerzijds het vertrek uit het ziekenhuis en anderzijds het beroep op het concurrentiebeding.

De rechter kon zich voorstellen dat in een bodemprocedure het concurrentiebeding zou worden beperkt in de tijd, maar zag daarin geen reden om het beding in deze procedure te schorsen.

overeenkomst werkgever rechter concurrentiebeding maatschap specialist kennismakingsperiode ziekenhuis beding maatschapsovereenkomst

09-06-2011 | 01:00 | Informanagement
Deel via:

Blijf op de hoogte, geef je op voor onze maandelijkse nieuwsbrief


Of volg ons via LinkedIn/Twitter

  

Zoeken in nieuwsbank

Gerelateerde artikelen