Vennootschapsbelasting

In de vennootschapsbelasting worden de volgende wijzigingen voorgesteld:
- de invoering van een beperking in de renteaftrek voor zogenaamde overnameholdings;
- de invoering van een objectvrijstelling voor vaste inrichtingen in het buitenland;
- aanpassing van de buitenlandse belastingplicht voor stichtingen en verenigingen;
- aanpassing van de buitenlandse AB-regeling;
- de omvorming van de herbestedingsreserve in een bestedingsreserve;
- de invoering van een R&D-aftrek.

Overnameholdings
Voor overnames van Nederlandse bedrijven na 1 januari 2012 gaat mogelijk een beperking gelden voor de aftrek van rente van schulden die samenhangen met de overname. De regeling is gericht op overnames waarbij de veelal buitenlandse koper een holding opricht die de koopsom van de overgenomen BV schuldig blijft aan de koper. Deze overnameholding gaat met de BV een fiscale eenheid aan en kan zo de rente ten laste van de winst van het overgenomen bedrijf brengen. Bedraagt de rente over deze schuld echter meer dan € 1 miljoen, dan is het meerdere boven dat bedrag niet aftrekbaar van de winst.

Vaste inrichtingen
De winsten en verliezen van vaste inrichtingen worden direct verrekend met de Nederlandse winst van de moedermaatschappij. Voor winsten geldt vaak een aftrek elders belast. Met name buitenlandse verliezen hebben dus invloed op de Nederlandse winst. Het kabinet wil dat voorkomen door de invoering van een zogenaamde objectvrijstelling. Die houdt in dat het resultaat van een buitenlandse vaste inrichting niet behoort tot de winst van het Nederlandse bedrijf. Het is niet van belang of de winst van de vaste inrichting ter plekke al dan niet belast wordt. Er geldt een uitzondering op de objectvrijstelling voor verliezen die bij staking van de activiteit of bij overdracht daarvan aan een derde definitief zijn geworden. Deze verliezen komen wel in mindering op de Nederlandse winst.
De objectvrijstelling geldt niet voor passieve vaste inrichtingen (beleggingen) in landen met een gunstig belastingklimaat.

Buitenlandse stichtingen en verenigingen
De voorwaarde voor de belastingplicht van buitenlandse stichtingen en verenigingen wordt gelijkgetrokken met die voor binnenlandse stichtingen en verenigingen. Er moet sprake zijn van het drijven van een onderneming. De belastingplicht van deze lichamen in Nederland wordt daardoor beperkt.

Buitenlandse AB-regeling
De regeling voor buitenlandse lichamen, die een aanmerkelijk belang in een Nederlandse vennootschap hebben, wordt aangepast om deze te laten voldoen aan het Europese recht. De regeling wordt duidelijker dan voorheen als een gerichte anti-misbruikbepaling gekenmerkt.

Bestedingsreserve
Lichamen die een algemeen maatschappelijk of sociaal belang dienen, kunnen sinds 2001 een herbestedingsreserve vormen. Deze reserve is bedoeld om belastingheffing over overschotten van het lichaam te voorkomen die zijn bedoeld om in een later jaar investeringen te kunnen doen. De regeling wordt in de praktijk niet op de gewenste wijze toegepast en wordt daarom gewijzigd. Duidelijk wordt omschreven welke instellingen de regeling mogen toepassen. De investeringstermijn van drie jaar wordt verlengd tot vijf jaar.

R&D-aftrek
Er komt een R&D-aftrek die is bedoeld om andere directe kosten van research and development dan loonkosten te verlagen. Voor de loonkosten kan al gebruik gemaakt worden van de afdrachtvermindering voor speur- en ontwikkelingswerk. Het budget bedraagt € 250 miljoen in 2012 en € 500 miljoen in latere jaren. De tekst van deze regeling is nog niet bekend; deze wordt bij nota van wijziging aan dit wetsvoorstel toegevoegd.

aftrek regeling buitenlandse winst nederlandse vaste invoering objectvrijstelling inrichtingen stichtingen

21-09-2011 | 01:00 | Informanagement
Deel via:

Blijf op de hoogte, geef je op voor onze maandelijkse nieuwsbrief


Of volg ons via LinkedIn/Twitter

  

Zoeken in nieuwsbank