Aftrek voorbelasting op basis van omzetverhouding

Een gemeente die in 2009 een cultureel centrum in gebruik nam dat zij op eigen grond had laten bouwen werd geconfronteerd met de zogenaamde integratieheffing in de omzetbelasting. Het cultureel centrum werd gebruikt voor vergaderingen, cursussen, muziekuitvoeringen, toneelvoorstellingen en dergelijke activiteiten. De integratieheffing was van toepassing op in eigen bedrijf vervaardigde goederen die, wanneer zij van een andere ondernemer zouden zijn betrokken, geen recht op volledige aftrek van voorbelasting zouden hebben opgeleverd. De hoogte van de mate waarin de integratieheffing als voorbelasting in aftrek kon worden gebracht was inzet van een geschil met de Belastingdienst. Aftrek van voorbelasting vindt plaats voor zover ingekochte goederen en diensten zijn bestemd voor belaste handelingen.

De rechtbank stelde vast dat horecaverstrekkingen los gezien moesten worden van de overige dienstverlening. De horecadiensten werden afzonderlijk in rekening gebracht. De horecaomzet was beduidend hoger dan de omzet die werd behaald met de verhuur van zalen. Bij gemengd gebruik van goederen vindt aftrek van voorbelasting plaats overeenkomstig de omzetverhouding, tenzij de omzetverhouding niet overeenstemt met het werkelijke gebruik van de zaak. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat pas aan aftrek in overeenstemming met het werkelijk gebruik wordt toegekomen als op basis van objectief en nauwkeurig vast te stellen gegevens aannemelijk is dat aftrek op basis van de omzetverhouding een onjuist resultaat oplevert. Volgens het Hof van Justitie EU is vereist dat de afwijkende methode leidt tot een nauwkeurigere berekening van de aftrekbare belasting. De Belastingdienst berekende de aftrek op basis van het werkelijk gebruik van het cultureel centrum, uitgaande van de veronderstelling dat alleen in de foyer horecaverstrekkingen plaatsvonden. Uit de verklaring van de gemeente werd duidelijk dat ook andere plaatsen van het gebouw daarvoor werden gebruikt. De rechtbank vond niet aannemelijk dat de berekeningswijze van de Belastingdienst een nauwkeuriger resultaat opleverde. De aftrek van voorbelasting werd daarom vastgesteld aan de hand van de omzetverhouding.

aftrek voorbelasting goederen werd belastingdienst centrum integratieheffing basis omzetverhouding cultureel

10-09-2014 | 12:24 | Informanagement
Deel via:

Blijf op de hoogte, geef je op voor onze maandelijkse nieuwsbrief


Of volg ons via LinkedIn/Twitter

  

Zoeken in nieuwsbank

Gerelateerde artikelen